Opinie: Wordt Brussel een eilandstaat? Afdrukken
24-04-2009

logo_-_de_standaard.jpgvrijdag 24 april 2009, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=LK29DPQ7&subsection=55


Zaterdag worden de eindconclusies van de Staten-Generaal over Brussel voorgesteld. Een groep Vlaamse Brusselaars heeft bedenkingen bij de richting die men Brussel wil uitsturen.

In het debat over de institutionele toekomst van België komt Brussel amper aan bod. Met de organisatie van de Brusselse Staten-Generaal mobiliseren diverse Brusselse organisaties terecht rond een duidelijk toekomstproject voor de stad. Daarbij willen sommigen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest echter verder modelleren naar het beeld en gelijkenis van de andere gewesten, waarbij Brussel naast gewest ook gemeenschap zou worden. Daarmee dreigt Brussel zich terug te plooien, als een autonoom eiland, terwijl de toekomst van Brussel essentieel verbonden is met zijn hoofdstedelijke en internationale functie. Brussel moet bruggen bouwen naar de buitenwereld, geen muren optrekken.

Het Brusselse Hoofdstedelijke gewest is geen doorslagje van Vlaanderen en Wallonië. Het is een gebied met een drievoudige dimensie: een grootstad verbonden met een brede Rand, een hoofdstad en trefpunt van de twee grote gemeenschappen in dit land, een internationaal en multicultureel centrum. Een bestuurlijke visie die deze drie dimensies integreert, ontbreekt.

Grootstad versterken, samen met de Rand  

Het bestaan van 19 gemeenten binnen het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest leidt tot versnippering van het beleid. Dit legt een hypotheek op de sociaaleconomische ontwikkeling en de leefbaarheid. De eerste opdracht bestaat er in om Brussel-19 te beheren als één grootstad, en zo slagkracht te winnen. Daarom dienen  belangrijke bevoegdheden van de gemeenten inzake ruimtelijke ordening, stedenbouw, mobiliteit, fiscaliteit, veiligheid, huisvesting… overgeheveld naar het Brussels gewest. Wat onderwijs betreft, dienen de gemeenschappen meer hun verantwoordelijkheid op te nemen, inzonderheid de Franse gemeenschap. In een stedelijke omgeving hebben stadsscholen - zeker in het secundair onderwijs - immers een aantrekkingskracht tot ver buiten de betrokken gemeente.

Daarnaast dient de sterke sociaaleconomische band tussen Brussel en de Rand bestuurlijk beter te  worden opgevangen, met het oog op een coherente aanpak van de mobiliteit, de ruimtelijke ordening, de werkgelegenheid, de vestiging van bedrijven in de hele betrokken zone.  Daartoe is er nood aan een structurele samenwerking tussen de gewesten.  De visie ter zake aangereikt vanuit het bedrijfsleven met het project “Business Route 2018 for Metropolitan Brussels” verdient alle steun.

Meertalige hoofdstad versterken

De tweetaligheid in Brussel blijft onder druk staan. In de administratie en voorzieningen van het gewest en de gemeenten slaagt men er niet in tweetaligheid te verzekeren. Het tweetalig statuut is een essentiële hoeksteen van de hoofdstedelijke functie van Brussel. Het is tekenend dat in de bestaande ‘bicommunautaire sector’ de scheeftrekkingen het grootst zijn, bij voorbeeld in de openbare ziekenhuizen. Pleidooien om deze bicommunautaire sector verder uit te bouwen, door er culturele of zelfs onderwijsbevoegdheden aan toe te wijzen, klinken dan ook weinig geloofwaardig.

Een meer slagvaardig toezicht op het tweetalig statuut is aangewezen. Tegelijk dienen de investeringen in meertaligheid opgevoerd. De gemeenschappen moeten hierbij het voortouw nemen, via hun onderwijsbevoegdheid. De gemeenschappen vormen het bindmiddel bij uitstek tussen het Hoofdstedelijk Gewest en de andere landsdelen, en moeten verder hun rol spelen. Wat niet belet dat  samenwerking kan bevorderd worden.

De gemeenschapsvoorzieningen, inzonderheid de Vlaamse, op het vlak van onderwijs en cultuur blijken heel wervend. De keuze tussen een Nederlandstalig en een Franstalig stelsel van voorzieningen is uniek, en we stellen vast dat een deel van de anderstalige gemeenschappen zich in toenemende mate richt tot de Nederlandstalige voorzieningen. ‘Vlaams’ wordt een kwaliteitslabel in de hoofdstad.

Internationaal centrum versterken

Brussel beschikt in de mondiale economie over heel wat troeven, vooral omwille van de aanwezigheid van de EU. Maar er wordt te weinig geïnvesteerd in de internationale rol van Brussel. De federale overheid beperkt zich tot een jaarlijkse dotatie, die steeds meer wordt afgeleid naar lokale projecten. De andere gewesten worden op geen enkele wijze betrokken in de ondersteuning van de internationale dimensie van Brussel.

De bestaande samenwerkingscommissie tussen de federale overheid en het Brusselse gewest voor de ondersteuning van de hoofdstedelijke en internationale functie – Beliris genaamd -  dient uitgebreid te worden met een vertegenwoordiging van de gewesten en de gemeenschappen. Deze commissie kan projecten of maatregelen goedkeuren die van belang zijn voor de hoofdstedelijke en internationale functie van Brussel. De commissie dient tevens het overleg met de Europese instellingen te organiseren.

Financiering als sluitstuk

De beleidsverantwoordelijken van het Brusselse gewest vragen extra middelen omwille van de hoofdstedelijke lasten (bv. openbaar vervoer). Daarbij wordt éénzijdig gekeken naar bepaalde meeruitgaven. Er dient ook bekeken te worden hoeveel extra middelen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest nu reeds ontvangt vergeleken met de andere gewesten. Een recente studie raamt deze op een 550 miljoen euro. Daar komt nog bij dat de Brusselse gemeenten gemiddeld bijna 30% meer ontvangsten per inwoner hebben dan het gemiddelde van alle Belgische gemeenten samen.

Bovendien bestaat de eerste opdracht van alle overheden in dit land er in om zuiniger en efficiënter te zijn in de besteding van middelen. Er zijn nog heel wat efficiëntiewinsten mogelijk in het Brussels gewest. Overigens kan bijkomende financiële bijstand van Brussel door de andere landsdelen slechts gerechtvaardigd zijn indien de hoofdstedelijke en internationale functie daarmee wordt versterkt.

Bernard Daelemans, Theo De Beir, Dirk De Ceulaer, Martine Declercq, Jan Degadt, Dirk Heremans, Frank Judo, Erik Loosen, Karel Lowette, Relinde Raeymaekers, Joris Tiebout, Johan Van den Driessche, Chris Van der Auwera, Jan Van Doren, Patrick Verheijen, Robrecht Vermeulen en Jef Vuchelen zijn actief betrokken bij de Brusselse samenleving.